Het Zuid-Koreaanse ministerie van Landbouw, onder leiding van minister Song Miryung, hield op 23 januari 2024 de eerste vergadering van het Comité voor Graanmarktstabilisatie om de strategie voor de rijstoogst van 2025 te bespreken. Dit comité bestaat uit 17 leden, waaronder vertegenwoordigers van overheidsinstanties, producenten, distributeurs, consumentenorganisaties en academici. De bijeenkomst vond plaats tegen de achtergrond van stijgende rijstprijzen en zorgen over lage voorraden. Het doel was om effectieve maatregelen te nemen voor een stabiele rijstmarkt.
Volgens het National Data Office is het industriële gebruik van rijst sterk toegenomen: van 873.000 ton in 2024 naar een verwachte 932.000 ton in 2025. De overschotprognose voor rijst in 2025 is bijgesteld naar ongeveer 90.000 ton, aanzienlijk lager dan de eerdere schatting van 165.000 ton. De particuliere voorraden bij distributeurs zijn ongeveer 120.000 ton lager dan vorig jaar, wat extra druk op de markt legt. Ook de overgebleven rijst van vorig jaar is lager dan het gemiddelde van voorgaande jaren.
Commissieleden uitten hun bezorgdheid dat de aanhoudende stijging van de rijstprijzen de consument zal raken. De concurrentie tussen bedrijven om grondstoffen veilig te stellen wordt gezien als een belangrijke oorzaak van de prijsstijging. Vice-minister Kim Jong-gu benadrukte dat toekomstig rijstbeleid in overleg met producenten, distributeurs en consumenten zal worden opgesteld om transparantie en vertrouwen te waarborgen. Hij gaf aan dat stabilisatiemaatregelen flexibel zullen worden aangepast aan de marktsituatie.
Vooruitkijkend zal de overheid het tijdelijk isoleren van 100.000 ton rijst uit de markt opschorten, de levering van industriële rijst met maximaal 60.000 ton verhogen en de aankoopcriteria voor distributeurs versoepelen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de prijsstijging te beperken en consumenten te beschermen. Het ministerie blijft de markt nauwlettend volgen en zal indien nodig extra maatregelen nemen.
De Zuid-Koreaanse aanpak toont het belang van flexibel en transparant beheer van vraag en aanbod in de landbouwsector, vooral bij snel veranderende industriële behoeften. Samenwerking tussen alle betrokken partijen is essentieel voor prijsstabiliteit en voedselzekerheid op de lange termijn. Dit beleid is een voorbeeld van proactief en adaptief overheidsoptreden in een dynamische economische en sociale context.