Het Zuid-Koreaanse Ministerie van Volksgezondheid en Welzijn kondigde op 16 februari een wetswijziging aan op het uitvoeringsbesluit van de kinderbeschermingswet, die tot 25 februari ter consultatie ligt. Het doel is om beschermingsgaten voor pleegkinderen te voorkomen totdat een officiële voogd is aangesteld, door pleegouders tijdelijk als voogd te laten optreden. Deze maatregel waarborgt de continue bescherming van kwetsbare kinderen en benadrukt de verantwoordelijkheid van de staat.
De wijziging voorziet ook in een naamsverandering van het Agentschap voor Kinderrechten naar het Nationaal Agentschap voor Kinderrechten. Tijdelijke voogden mogen belangrijke beslissingen nemen, zoals toestemming voor operaties, voor maximaal één jaar. In uitzonderlijke gevallen, zoals vertraging bij de aanstelling van een officiële voogd, ernstige ziekte of plotselinge schoolwissel, kan deze periode worden verlengd. Lokale overheden kunnen rapportages opvragen om misbruik van bevoegdheden door tijdelijke voogden te controleren.
Daarnaast biedt de wetswijziging een wettelijke basis voor juridische ondersteuning aan pleegouders die problemen ondervinden bij het aanstellen van een voogd, verzorgd door de directeur van het Nationaal Agentschap voor Kinderrechten. De eisen voor deskundigen op het gebied van handicaps zijn gespecificeerd: zij moeten voldoen aan de kwalificaties van de Wet op het Welzijn van Gehandicapten en minimaal drie jaar ervaring hebben. Jaarlijkse rapportages over kindermishandeling zullen nu ook gegevens over gehandicapte kinderen bevatten.
Het ministerie verzamelt tot 25 maart feedback via de afdeling Kinderbeleid of het Nationale Wetgevingsdeelnamecentrum. Daarna wordt de definitieve wijziging vastgesteld. Deze aanpassingen zijn bedoeld om de juridische en sociale bescherming van kwetsbare kinderen in Zuid-Korea te versterken en het toezicht op tijdelijke voogdij te verbeteren.
Deze wetswijziging betekent een belangrijke stap voorwaarts in de bescherming van pleegkinderen in Zuid-Korea, door tijdelijke voogdij formeel te regelen en continuïteit in zorg te waarborgen. De strengere eisen voor deskundigen en uitgebreide juridische ondersteuning tonen een inclusieve en integrale aanpak. Dit kan als voorbeeld dienen voor andere landen die de rechten van kwetsbare kinderen willen versterken.