De Zuid-Koreaanse overheid heeft het programma ter ondersteuning van de overgang naar vaste contracten opnieuw gelanceerd, met als doel de kloof tussen vaste en tijdelijke werknemers te verkleinen. In recente mediaberichten werden zorgen geuit over de effectiviteit van deze beleidsmaatregelen, uit angst voor herhaling van eerdere mislukkingen. Het Ministerie van Werkgelegenheid heeft toegezegd de effectiviteit te vergroten en diverse beleidsmaatregelen te implementeren voor meer werkzekerheid.
Het programma, na twee jaar pauze, richt zich nu op bedrijven met minder dan 30 werknemers. Tijdelijke, uitzend- of interne onderaannemers die minimaal zes maanden werken, kunnen worden omgezet naar een vast contract of direct worden aangenomen, met een maximale subsidie van 600.000 KRW per werknemer per maand gedurende één jaar. De overheid stimuleert ook gelijke beloning voor gelijkwaardig werk en bevordert onderhandelingen tussen opdrachtgevers en onderaannemers via een aangepaste vakbondswet.
Voor ouders is er een nieuw beleid waarmee zij om 10 uur kunnen beginnen met werken, zodat zij meer tijd hebben voor de zorg voor hun kinderen. De werkweek kan zonder loonverlies worden verkort tot 15-35 uur, waarbij werkgevers tot 300.000 KRW per maand ontvangen per deelnemende werknemer. Het maximumloon voor 10 uur minder werken is verhoogd tot 2,5 miljoen KRW, voor andere verkortingen tot 1,6 miljoen KRW. Daarnaast zijn er extra subsidies voor bedrijven die vervangers aannemen of taken verdelen tijdens ouderschapsverlof.
De overheid zal de effecten van deze beleidsmaatregelen nauwlettend volgen en waar nodig bijsturen om te zorgen dat middelen effectief worden ingezet. Het doel is een eerlijkere werkomgeving, betere bescherming van niet-traditionele werknemers en een verbeterde arbeidsstructuur. Deze maatregelen moeten bijdragen aan een betere balans tussen werk en gezin en het verkleinen van ongelijkheid op de Koreaanse arbeidsmarkt.